Jacobus Dijkstra is geen geboren kunstenaar. Pas op later leeftijd koos hij definitief voor het kunstenaarsschap. Niet dat hij de kunst toen pas ontdekte. Schilderen deed hij al vanaf zijn jonge jaren. Een akte tekenen en een opleiding aan een kunstacademie zorgden al vroeg voor een stevige basis in vakbekwaamheid. Na een jarenlange aanloopperiode vond hij uiteindelijk zijn eigen spoor. Vroege invloeden van uiteenlopende schilders als Jeroen Bosch en Gustav Klimt maakten in het begin van de jaren negentig plaats voor een meer expressieve wijze van schilderen. Zo voegde deze laatbloeier zich uiteindelijk in de Friese traditie van het neo-expressionisme. Deze naoorlogse stroming, met Gerrit Benner als baken, vindt al twee decennia lang zijn thuishaven in Galerie De Vis in Harlingen. In dit klimaat voelde Jacobus Dijkstra zich thuis. Het was ook galeriehouder Sjouke Visser, die voor de beslissende stimulans heeft gezorgd bij zijn doorbraak in het erkende circuit. Na enkele atelierbezoeken volgde een debuuttentoonstelling bij de Vis in 1994. Daarna ging het snel. In tien jaar tijd ontstond een oeuvre met een heel eigen signatuur.
Ruud Broese, geboren 1954, onder andere voormalig stedenbouwkundige en schipper, heeft na 20 jaar werk als scheepsmakelaar in 2004 de overstap gemaakt naar de professionele fotografie; is gefascineerd door de mens, het lichaam, machines, landschap en de stad; fotografeert de werkende en spelende mens, industriële gebouwen, de stad in opbouw en verval.
Hij woont op een woonboot in Franeker en werkt op locatie en vanuit een studio op de wal. Vooral het dagelijkse leven in de stad is voor hem een bron van inspiratie.
Ruud's kleurrijke fotowerk is meest realistisch, soms abstract maar altijd met veel oog voor detail, structuur en lijnenspel. De mens en de stad worden getoond in hun naakte waarheid, zonder opsmuk en met bijzondere aandacht voor vernieuwing en verval.
Zijn foto's zijn geen hang naar het verleden, de toekomst of een andere werkelijkheid maar geven uiting aan zijn aandacht voor al het aanwezige in de mens en zijn omgeving.
Wil je meer van zijn werk zien of heb je belangstelling voor een fotoshoot of reportage, kom dan eens langs op Bloemketerp 9 te Franeker (de woonark met de meerpalen). Bellen 0517-392999 of mailen naar ruudbroese@hotmail.com <mailto:ruudbroese@hotmail.com> kan ook. Graag tot ziens.
Als deze late expressionist iets van Gerrit Benner heeft meegekregen dan is het wroeten met verf. Een schilderij ontstaat bij hem nooit vanzelf. Telkens weer is het een moeizame worsteling met de materie, een gevecht dat in verf letterlijk zijn sporen nalaat. Composities formeren zich in een voortdurend proces van wikken en weken, van schilderen en weer overschilderen. De verflaag is vaak gelaagd en pasteus, soms zelfs aangedikt met cement en zand en doorkliefd met lijnen en krassen. Het schilderij heeft wat je noemt een doorleefde huid. Het laat de sporen zien van een gevecht, waarin de schilder haast nooit iets cadeau krijgt. Hij worstelt op eigen kracht altijd in gevecht met zijn eigen schaduw, met iets wat meekijkt over zijn schouder, iets wat hem weerhoudt. Zijn talent is niet begenadigd, maar bevochten. Een altijd aanwezige drang naar beheersing van de ruimte stuit telkens weer op een hunkering naar bevlogenheid. Een verlangen om los te komen van het kader dat tegelijk ook een stevig houvast biedt. Om het schildergebaar heel even de vrije loop te laten, de hand slechts gedreven door inspiratie, door het visoen dat keer op keer in verf en materie wordt gesmoord. Als Abraham, worstelend met de engel, zo schildert Jacobus Dijkstra..
.
Naast Gerrit Benner is het vooral het werk van Nicolas de Staël geweest, dat van invloed is geweest. De Staël heeft altijd beweerd dat een schilderij zowel abstract als figuratief moet kunnen zijn. Hij zocht voortdurend naar een verzoening van het ogenschijnlijk onverzoenlijke. "De ruimte in een schilderij is een muur" zo schreef hij ooit, " maar alle vogels ter wereld vliegen er vrij rond. Op alle diepten." Die woorden zouden ook op het werk van Jacobus Dijkstra kunnen slaan. Ook bij hem gaat het telkens weer om de verzoening tussen voorstelling en verf, tussen figuratie en abstractie. Net als voor De Staël is schilderen voor hem vooral ploeteren met de handen., niet alleen met de kwast maar ook met paletmessen en spatels, troffels, verf, zand en specie. Net als bij De Staël ontwikkelt zijn werk zich onontkoombaar van donkere kleuren en zware doeken naar een periode met lichte tinten en een dunnere kwastvoering, waarin één stralend spel van kleur en licht steeds meer om aandacht vraagt. Net als bij De Staël lijkt schilderen voor hem een voortdurende worsteling, niet alleen om greep te krijgen op verf en materie, maar ook om te ontsnappen aan de valkuilen van een gemakkelijke esthetiek. Een lyrisch expressief materieschilder op zoek naar het licht en verlichting, zo zou je Jacobus Dijkstra als schilder wellicht het best kunnen typeren.
Vaak is het schilderen voor hem ook een gevecht met de ordening in het vlak. Hoe zet je de kleuren neer zonder steeds weer te vervallen in de verleiding van het landschap. Voor een Fries schilder is het landschap een alomtegenwoordig decor. Het is ruimte die de blik altijd naar de horizon trekt en in die zin meer is dan ruimte alleen. Het is een elementaire wijze van zien, een bijna aangeboren methode om de wereld te ordenen. Eén rechte lijn en de ruimte zwaait open. Het vlak wordt verdeeld in land en lucht. Zompig gras beneden en het blauwe zwerk daarboven. Dit basisstramien van het Friese landschap - met de strakke horizon als meetlat voor het gevoel en de oneindige ruimte als spiegel voor de ziel - is in al zijn eenvoud misschien wel gemaakt voor schilders. Het is een lege ruimte die vraagt om een antwoord van het innerlijk in lyrische en expressieve schildergebaren. Maar dit landschap kan tegelijk ook een keurslijf zijn, een dwingend stramien waaraan bijna niet te ontsnappen valt. Waar je ook bent, die ene lijn in de verte bepaalt je blik. Hoe abstract je ook schildert, tussen verf en kleur duikt de horizon altijd weer op.
Dit gevecht om vrijheid is misschien wel het meest kenmerkend in dit werk. In de meest recente schilderijen wordt de verfhuid dunner. Het schilderen lijkt meer vanzelf te gaan. De ongemengde, stralende kleuren maken plaats voor een meer gebroken koloriet. De opbebouwde pasta met cement is nog slechts zelden te zien. De schilderingen op karton, die tussendoor ontstaan, ogen in dit opzicht het meest spontaan. Het kader, dat nu tijdens het schilderen wordt aangepast, heeft opeens zijn dwingend karakter verloren, De ondergrond van het karton geeft als vanzelf een structuur aan de verf. Maar bovenal lijken de composities zich definitief van het landschap te bevrijden. De laatste herinnering aan een horizon lijkt achter de horizon verdwenen. De compositie lijkt alleen nog te leunen op een vaag raster van horizontalen en verticalen. Het verhaal lijkt nu puur met verf en kleur te worden verteld. Een verhaal dat verder geen woorden nodig heeft. De schilderkunst van Jacobus Dijkstra heeft zijn eigen weg gevonden. Weg van het landschap, op weg naar het licht.
Huub Mous